Dat Venlo barst van het culturele talent, weten Venlonaren al jaren. Dat cultuur de manier is om je als stad te profileren schijnt ook de regerende klasse de laatste jaren in te zien.
Onderscheidende eigenschap van de Venlose cultuur is de taal. Het unieke dialect is vruchtbaar, zorgt voor binding in de stad maar bloeit zo sterk dat het af en toe andere kunstzinnige bloemen in de schaduw drukt. Niet alleen anderstalige bloemen. Ook binnen de dialectcultuur is er een betrekkelijk eenzijdig aanbod. De wortels van veel culturele uitingen zitten nu eenmaal in de vastelaovend verankerd, waardoor het woord 'joeksig' meestal op zijn plaats is. Dat zie je in de muziekwereld maar ook op de theaterbuhne: het Volkstheater Frans Boermans, de Venlose Revue, het Café Chantant Beej Baer de Woers zijn net als allerlei andere amateurgezelschappen geneigd voor luchtig vermaak te kiezen. Daar is niks mis mee – het is zelfs de kracht van het Stedje van Lol en Plezeer - maar het zou mooi zijn als het dialect ook bruikbaar wordt bewezen te zijn voor minder luchtige cultuurvarianten. Dat zou de stad een kans bieden zich nog beter te profileren aan de hand van haar eigen cultuur: juist de niet-vastelaovend-gerelateerde dialectuitingen zijn voor buitenstaanders vaak interessant omdat ze dan niet de hele wereld van codes, betekenissen en gevoelens van de vastelaovend hoeven te kennen. Een nieuwe poging om die wat serieuzere kant van de taal een plaats te geven, is dit initiatief. 't VenEin, het Venloos Einakter Theater, moet schrijf- en podiumtalent een kans op de toneelbuhne geven zonder de link met traditionele en carnavaleske dialectteksten te leggen.
't VenEin wil jaarlijks 10 Einakter-Aovende op de planken brengen. Elke Einakter-Aovend bestaat uit 1 tot 3 nieuwe of vertaalde eenakters, in principe in het dialect. Elke Einakter-Aovend kan meerdere keren worden uitgevoerd, afhankelijk van de publieke belangstelling. Uitgangspunt is dat de toneelteksten in het dialect van serieuze en niet van verpozende aard zijn, hoe moeilijk dat onderscheid ook te maken is. 't VenEin moet een broeinest vol ongedierte worden, een slecht onderhouden maar daardoor wild begroeide proeftuin voor plaatselijke schrijvers, acteurs en regisseurs.
Voor de eenakter is gekozen omdat die theatervorm bij uitstek geschikt is voor jonge, onervaren schrijvers. In plaats, handeling en duur beperkt, biedt de eenakter prachtige mogelijkheden als oefening terwijl tegelijkertijd in der Beschränkung de hand van de ware meester zichtbaar wordt zodat de eenakter ook voor gearriveerde schrijvers een uitdaging is.